Aanbevelingen Conferentie Passend Verbinden II

Naar aanleiding van de conferentie ‘Passend Verbinden II’ op 16 september 2016 is een onderzoek uitgevoerd naar de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp onder jeugdhulpaanbieders, raadsleden, wethouders, onderwijsmensen en kerkenraadsleden. In het rapport worden een aantal aanbevelingen gedaan voor het onderwijs die we graag met u delen.

1. Zoek aansluiting bij de door de gemeente georganiseerde jeugdteams.
Elke gemeente heeft een jeugdteam en in elke jeugdteam zit een contactpersoon voor de school. Deze aanbeveling is vooral bedoeld voor de scholen. Scholen hoeven niet te participeren in het jeugdteam, maar moeten wel afstemmen met het jeugdteam. Berséba wil de contacten tussen scholen en jeugdteams actief blijven stimuleren.

2. Laat het schoolmaatschappelijk werk of de orthopedagoog van de school de verbinding houden met de door de gemeente georganiseerde teams. Schakel in ieder geval met die teams als blijkt dat er bij een kind of gezin meer aan de hand is dan alleen ondersteuningsvraag van het kind, uiteraard in overleg met ouders.
De orthopedagoog van de school is niet de aangewezen persoon om de schakelfunctionaris te zijn. De gemeente moet zorgen dat dit goed loopt. In de meeste gevallen loopt het contact via de schoolmaatschappelijk werker en dat lijkt ook de juiste persoon te zijn. Aandachtspunt hierbij is wel, dat scholen vaak (te) laat schakelen naar het jeugdteam. We blijven benadrukken dat de contacten met het jeugdteam belangrijk zijn.

3. Isoleer niet de eigen zorgfunctie, maar integreer deze met jeugdteams en vice versa.
Dit punt is qua structuur meestal wel geregeld. Er is nog wel iets te winnen! Als een kind via het jeugdteam naar een zorgaanbieder verwezen wordt, dan moet er ook een gesprek plaatsvinden tussen de zorgaanbieder en de school. Het komt nu regelmatig voor dat trajecten in de zorg niet verbonden zijn met het onderwijs. In het kader van 1 kind-1 gezin-1 plan is dat wel noodzakelijk.

4. Ken de sociale kaart (inclusief de identiteitsgebonden organisaties)
Dit punt is vooral van belang voor de IB’er van de school. Regiomanagers hebben hier geen rol in. Bij OOGO’s (door de regiomanagers) wordt wel gevraagd of de identiteitsgebonden organisaties bij gemeenten in beeld zijn. Bij de meeste gemeenten zijn deze inderdaad in beeld en gecontracteerd. Scholen moeten hiervan op de hoogte zijn en hun sociale kaart kennen. Daarnaast moet de Stichting Christelijke Jeugdhulp (SCJ) zelf voor betere bekendheid en zichtbaarheid zorgen. Inmiddels is er een coördinator aangesteld.

5. Vervul een signalerende rol daar waar zorgvragers niet op de juiste manier geholpen worden.
Berséba blijft benadrukken dat scholen niet te snel moeten accepteren dat er bij de gemeente ‘nee’ wordt verkocht. Als scholen te weinig medewerking ervaren, kunnen ze altijd de regiomanager inschakelen. Deze onderhoudt diverse contacten met de verschillende (regio)gemeenten i.v.m. het OOGO dat hij voert.