Thuiszitters

(Dreigende) thuiszitters en onderschrijding onderwijstijd 

Thuiszitters
Het samenwerkingsverband moet elke drie maanden de onderwijsinspectie informeren over mogelijke (dreigende) thuiszitters of gedeeltelijke thuiszitters. De opgave van thuiszitters aan de inspectie is gebaseerd op het onderzoekskader voor de samenwerkingsverbanden. In dit onderzoekskader staat: “Voor alle leerlingen in het samenwerkingsverband die extra ondersteuning nodig hebben, is een passende onderwijsplek beschikbaar”. Vanwege de plicht om elk kwartaal de thuiszitters aan de onderwijsinspectie door te geven, vraagt Berséba elke kwartaal de thuiszitters op bij de aangesloten scholen. Daarnaast wordt een opgave gevraagd van de leerlingen die niet in staat zijn om het onderwijs volledig te volgen. Deze laatste leerlingen lopen immers het risico om thuiszitters te worden. De uitvraag gebeurt via een vast format. De scholen zijn verplicht om dit format in te vullen en naar Berséba te mailen. Alleen zo kan Berséba zicht krijgen op leerlingen die thuiszitten of het risico lopen om thuiszitters te worden.

Onderschrijding onderwijstijd
Tot 31 juli 2018 was het alleen in het speciaal onderwijs mogelijk, dat een leerling onder bepaalde voorwaarden niet volledig naar school kwam. Vanaf 1 augustus 2018 geldt dit ook voor het (speciaal)basisonderwijs. Over deze materie zijn drie documenten verschenen. De beleidsregel van het Ministerie, een stroomschema vanuit de inspectie en een notitie van Ingrado, de vereniging voor leerplicht.
De informatie vanuit deze verschillende documenten hebben we verwerkt in een Presentatie onderschrijding onderwijstijd en thuiszitters, die stap voor stap ingaat op deze materie. Er bestaan verschillende soorten onderschrijdingen van onderwijstijd. Elk type onderschrijding vraagt zijn eigen acties. Deze zijn in de presentatie opgenomen.
Voor uitgebreidere informatie verwijzen we naar een eerder verschenen nieuwsbericht op onze website: Onderschrijding onderwijstijd en Opgave thuiszitters.

Regelmatig bereiken het samenwerkingsverband vragen over de opvraag van de thuiszitters. Op deze vragen gaan we hieronder in. 

Wat is een thuiszitter?
Een thuiszitter is een leerplichtige leerling, die ingeschreven staat op een basisschool en voor wie geen passende onderwijsplek beschikbaar is.

Waarom moet de school ook doorgeven welke leerlingen niet volledig naar school komen?
Het is een wettelijke opdracht van SWV’en om goed zicht te hebben op de thuiszitters. Samen met de school en ouders moet eraan gewerkt worden om thuiszitten zo veel mogelijk te voorkomen. Als er sprake is van thuiszitten moet er zo snel mogelijk een sluitende aanpak worden gerealiseerd. Leerlingen die niet volledig naar school komen, lopen het risico om thuiszitter te worden. Daarom moet de school ook deze leerlingen elk kwartaal doorgeven. 

Maakt het bij het doorgeven van deze leerlingen nog uit hoeveel dagen of dagdelen de leerling thuis zit?
Nee, dat maakt niet uit. De leerlingen die volledig thuis zitten zijn de grootste zorg. Leerlingen die een deel van de week naar school komen, lopen een risico dat ze volledig thuis komen te zitten. Hoe eerder deze leerlingen in beeld zijn, hoe groter de kans is om nog een sluitende aanpak te realiseren.

Wat is een sluitende aanpak?
Een sluitende aanpak is een plan voor begeleiding van een leerling, die wel ingeschreven staat op een basisschool, maar niet de volledige week onderwijs volgt. Samen met de ouders en met andere partners zorgt de school ervoor, dat de leerling de volledige schoolweek begeleiding ontvangt die op dat moment passend is bij zijn of haar ontwikkeling. Het doel hiervan is dat de leerling op termijn weer volledig het onderwijs kan volgen.

Wat zijn dreigende thuiszitters?
Dreigende thuiszitters zijn leerlingen die niet volledig naar school komen, ook al is er een sluitende aanpak. Het kunnen ook leerlingen zijn, die nog wel naar school komen, maar bij wie de school inschat dat ze steeds minder naar school komen. Ze lopen het risico dat de onderwijstijd onderschreden gaat worden.

Welke leerlingen moet de school precies doorgeven?
Berséba maakt hierbij onderscheid tussen verschillende categorieën leerlingen:

  1. Leerling die ingeschreven zijn op een speciale school voor wie de onderwijstijd wordt onderschreden, omdat ze in onderwijstijd behandeling krijgen.
    Voor deze leerlingen is er op dat moment een sluitende aanpak. Ze lopen echter een risico, dat na behandeling toch nog geen volledige terugkeer naar school mogelijk is. Dit zou geheel of gedeeltelijk thuiszitten tot gevolg kunnen hebben.
  2. Leerlingen die door lichamelijke, mentale of psychische oorzaken de onderwijstijd onderschrijden.
    Vanwege hun omstandigheden lopen deze leerlingen een risico dat er geen sluitende aanpak te realiseren is.  
  3. Leerlingen die de onderwijstijd onderschrijden, omdat ze zijn opgenomen in een behandelinstituut, revalidatiecentrum, epilepsiecentrum etc.
    Voor deze leerlingen is er op dat moment een sluitende aanpak. Ze lopen echter een risico, dat na behandeling toch nog geen volledige terugkeer naar school mogelijk is. Dit zou geheel of gedeeltelijk thuiszitten tot gevolg kunnen hebben.
  4. Leerlingen voor wie aan de inspectie toestemming is gevraagd de onderwijstijd te onderschrijden.
    Voor deze leerlingen is er op dat moment een sluitende aanpak. Het is de bedoeling dat deze leerlingen in de loop van het schooljaar weer volledig naar school kunnen. Of dat gaat lukken, is vaak onzeker. Daarmee lopen zij dus een aantoonbaar risico op geheel of gedeeltelijk thuiszitten.
  5. Leerlingen die die niet onder de voorgaande categorieën vallen. Het zijn leerlingen, die:
    – ingeschreven zijn op een school
    – geheel of gedeeltelijk het onderwijs niet volgen
    – voor wie geen sluitende aanpak is gerealiseerd.

 Het is nogal wat dat de school ook de leerlingen moet doorgeven die bijv. vanwege een lichamelijke of psychische ziekte afwezig zijn. Daar kun je als school toch niets aan doen?
Dat is waar. In zulke situaties dient er altijd een verklaring van een behandelend arts in het dossier aanwezig te zijn. Deze verklaring moet duidelijk maken waarom een leerling geheel of gedeeltelijk niet naar school kan gaan. Om toch een afweging te kunnen maken een leerling al dan niet door te geven geeft Berséba de volledige richtlijnen mee:

  • Leerlingen die vanwege lichamelijke oorzaken (bijv. een ernstige ziekte) afwezig zijn, hoeven niet doorgegeven te worden. De school weegt steeds samen de ouders en op basis van adviezen van artsen af hoeveel onderwijs gegeven kan worden.
  • Als leerlingen vanwege mentale of psychische oorzaken afwezig zijn, dan adviseert het SWV deze leerlingen wel door te geven. Deze leerlingen lopen namelijk een aantoonbaar risico, dat afwezigheid op school groter wordt.

Wat doet het SWV met de opgave van de scholen?
Op basis van de aangeleverde kwartaaloverzichten van de scholen vult Berséba het format van de inspectie in. Berséba geeft aan de inspectie alleen die leerlingen door voor wie geen sluitende aanpak is. Tijdens het jaarlijkse schoolbezoek bespreekt de regiomanager de opgave van de school. Met elkaar vindt een verkenning plaats wat er eventueel gedaan kan worden.

Wat doet de inspectie met de opgave?
Tijdens het kwaliteitsbezoek van de inspectie aan het SWV wordt het beleid rondom thuiszitters besproken. Als tussentijds vanuit de overzichten blijkt dat het aantal thuiszitters behoorlijk toeneemt, dan kan de inspectie dit ook buiten het kwaliteitsbezoek om met het SWV bespreken.

Zijn gemeenten ook betrokken bij thuiszitters?
Het is zeker verstandig om met jeugdhulp van de gemeente te bespreken welke leerlingen het onderwijs niet volledig kunnen volgen. Voor leerlingen met lichamelijke, mentale of psychische problemen kan ook een schoolarts of jeugdverpleegkundige geraadpleegd worden.
Berséba adviseert om de lijntjes met de gemeente kort te houden. Dit geldt ook voor de betrokkenheid van de leerplichtambtenaar.

Vragen over (dreigende) thuiszitters of thuiszitsituaties? Leg dan contact met de zorgmakelaar of regiomanager van je regio.