Passend Onderwijs mislukt! Echt waar of framing?

Vanaf het begin van passend onderwijs zijn vraagtekens gezet bij de kansen op succes van passend onderwijs. In de achterliggende jaren zijn hierover herhaaldelijk berichten verschenen. Het lijkt wel alsof er consequent geredeneerd wordt vanuit die vraagtekens. Daardoor is het risico aanwezig, dat onvoldoende gekeken worden naar de werkelijkheid. Er is daardoor een proces van framing ontstaan dat op geen enkele wijze recht doet aan de inzet die in het onderwijs wordt gedaan om kinderen met extra ondersteuningsbehoeften een passende plaats te geven.

Recent werd vanuit de media opnieuw een beeld geschetst dat Passend Onderwijs op een mislukking uitloopt. Nog sterker, de titel van dit nieuwsbericht was: “Ouders, leraren en hulpverleners: Doe snel iets aan mislukt passend onderwijs.” Lees hier de volledig berichtgeving door de NOS.

Het laatste wat we als Berséba willen, is in de verdediging gaan. We gaan ook niet ontkennen, dat er verbeteringen gewenst zijn. Ook wij horen soms van ouders, dat de school niet open staat voor hun zorgen of dat de school niet inziet dat er extra hulp nodig is. In de contacten met deze ouders voelen we de diepe pijn die dat teweegbrengt. Echter, het is nog maar de vraag of dit met passend onderwijs te maken heeft. Ook in de tijd van Weer Samen Naar School kwam dit voor. Het knelpunt is in dergelijke situaties niet ‘passend onderwijs’, maar het feit dat de cultuur blijkbaar niet passend is om met ouders een goed gesprek te voeren over wat hun kind nodig heeft.
We horen ook van scholen, dat óuders soms niet meer willen meewerken als voor hun kind een toelaatbaarheidsverklaring nodig is. Dit kan allerlei oorzaken hebben, maar het zorgt er wel voor dat een school voor een lastig dilemma komt te staan. Regelmatig nemen scholen contact met ons op om te overleggen hoe ze met dergelijke situaties dan moeten omgaan. Een school mag zonder instemming van ouders een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs aanvragen, maar scholen doen dit natuurlijk veel liever in goed overleg mèt de ouders. In de media komen deze situaties hoegenaamd niet aan de orde. Dan is er geen sprake van eerlijke beeldvorming.

Een enkele keer horen ook wij als Berséba dat scholen niet (helemaal) tevreden zijn over de inzet vanuit het samenwerkingsverband. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Eén ding verwachten we dan wel.. Als u niet tevreden bent over de acties van Berséba, de betrokkenheid van Berséba, een besluit of een advies van Berséba: neem dan contact met ons op en laat dit niet liggen! In de achterliggende jaren is gebleken dat we er dan vrijwel altijd uitkomen.

Zien wij dan geen risico’s rond passend onderwijs? Zeker wel, maar die liggen naar onze perceptie niet in eerste instantie op het terrein van het onderwijs. Te vaak kijkt de zorg (lees: Jeugdhulp vanuit gemeenten) weg als het gaat om voor kinderen met een complexe zorgvraag onderwijs mogelijk te maken. Mede door het leerrecht, zien we namelijk in toenemende mate kinderen instromen op onze scholen, die niet alleen een ondersteuningsvraag aan de onderwijskant hebben, maar ook aan de zorgkant. Berséba beseft dat de gemeenten nog niet zo lang (2015) verantwoordelijk zijn voor Jeugdhulp. Berséba realiseert zich ook dat de gemeenten voor een niet geringe opgave staan om met beperkte financiële middelen Jeugdhulp te bekostigen. Dat er te weinig financiële middelen zijn voor Jeugdhulp en mede daardoor ook voor een goede verbinding tussen onderwijs en Jeugdhulp, is de landelijke overheid aan te rekenen. Daardoor ontstaan knelpunten die voor het onderwijs onoplosbaar zijn en die niet aan passend onderwijs toegerekend mogen worden. De beeldvorming in de media rekent dit echter wel passend onderwijs aan. Dat noemen we een staaltje van framing.

In april 2018 verscheen een rapport van de Rijksoverheid, over de evaluatie van Jeugdhulp. Dit rapport is opgesteld in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Het rapport is duidelijk als het gaat over de evaluatie van Jeugdhulp, ook wat betreft de afstemming met onderwijs: Bij Jeugdhulp staat het belang van kinderen vaak niet voorop en in Nederland zitten nog teveel kinderen thuis zonder een passend aanbod uit onderwijs, zorg of beide.

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat deze evaluatie veel minder de media haalt dan rapporten over (het mislukken van) passend onderwijs, terwijl passend onderwijs staat of valt met een intensieve samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp binnen de scholen. Scholen zijn een belangrijk vindplaats van vragen rond ondersteuning binnen het onderwijs en binnen zorg. Scholen zijn ook in toenemende mate bereid om niet alleen de vìndplaats te zijn van deze vragen, maar ook de wèrkplaats zijn om kinderen te begeleiden en te ondersteunen, ook als er intensieve zorgvragen zijn.

Het zou eenvoudig zijn om een rijtje met cruciale knelpunten op te sommen. Dat doen we nu niet, omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat Berséba de problemen in de schoenen van gemeenten wil schuiven. Een belangrijke oorzaak van de knelpunten in de Jeugdhulp ligt echter bij de landelijk overheid. Laat die haar verantwoordelijkheid nemen om voldoende middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten, zodat zij hun belangrijke rol in nauwe samenwerking met het onderwijs kunnen waarmaken. Dat laat onverlet dat er samen met gemeenten gewerkt moet worden aan de oplossing van de knelpunten die in het rapport genoemd worden.

De Tweede Kamer zal binnenkort over dit onderwerp debatteren. We verwijzen u alvast naar de brief van minister Slob. In deze brief refereert de minister aan het belang van een goede samenwerking van onderwijs en Jeugdhulp.